Verslag1

Groepsverslag

gespreksleider: Anastacia
Aanwezigen: Hélène, Sarah, Tatiana, Charlotte, Stéphanie, Mathijs & Jan
verslaggever: Mandy

Wat zijn de positieve en negatieve ideëen, gedachten en/of feiten over een instelling?
Instellingen zorgen ervoor dat de jongeren terug normaal kunnen functioneren in de maatschappij. Ze zorgen dus voor een reintigratie zodat de jongeren, indien dit zo al was, niet nog verder verwijderd worden van de maatschappij en zodoende geen buitenbeetje of outcast worden. Soms is het ook het enige hulpmiddel voor de jongeren. De situatie thuis kan bijvoorbeeld zo onhoudbaar zijn dat de jongere enkel daar terecht kan. Ze zijn er ook niet alleen, ze worden omringt door goede zorgen, goed opgeleide opvoeders en deskundigen en ook lotgenoten/leeftijdsgenoten. Zo weten ze ook dat ze niet alleen staan in de moeilijke periodes van hun leven. Zonder de instellingen zouden vele jongeren gewoon in de gevangenis belanden waar ze niets of weinig leren en hun probleem wordt er ook niet opgelost. De instelling zorgt voor een herkansing zodat de jongere een nieuwe poging kan ondernemen om het beter te doen en een gezonde toekomst kan creëeren.

Maar aan de keerzijde van de medaille zien we dat een instelling slechts een tijdelijke oplossing is en als het probleem niet opgevolgd word of verholpen, ben je terug bij af. Soms is er in een instelling ook te veel luxe waardoor de jongere te weinig stilstaat bij zijn verkeerde levenswijze en/of fouten. De jongere zou te vlug kunnen gaan denken dat hij alles doen mag omdat hij toch enkel in een ‘leuke’ instelling terecht komt. De instelling kan ook een negatieve omgeving voor de jongere vormen. Misschien leert hij daar nog meer mensen uit het milieu kennen en raakt hij nog meer betrokken dan vooraf. Als de problemen niet opgevolgd worden, kan de jongere ook in een vicieuze cirkel terecht komen waar hij schippert tussen zijn thuis in de instelling (of verschillende instellingen) en zijn thuis. Een instelling heeft ook een slechte naam, mensen gaan jongeren die uit een instelling komen al gauw met de vinger wijzen.

Wat zijn de positieve en negatieve ideëen, gedachten en/of feiten over werken met dieren?
Wie met dieren werkt en er leert voor zorgen, leert al gauw hoe hij voor zichzelf moet gaan zorgen wat heel belangrijk kan zijn voor de groei en ‘heropbouw’ van de jongere. Zorgen voor dieren gaat ook gepaard met een gevoel van verantwoordelijkheid. Het is trouwens gemakkelijker om een band te scheppen met een dier dan met een mens.Vele van deze jongeren zijn enorm wantrouwig maar door het zorgen voor dieren krijgen ze hoogstwaarschijnlijk een band met hen en dat kan de brug vormen voor contact met andere mensen. De dieren geven de jongere ook liefde en vriendschap wat misschien net het belangrijkste kan zijn voor de jongere. Het kan ook helpen om het zelfbeeld van de jongere op te bouwen.

Ook hier zijn er weer negatieve kantjes. Dieren zijn en blijven onvoorspelbaar, hoe goed getraind ze ook mogen wezen. Het is ook mogelijk dat de jongeren niets leren van deze dieren en gewoon hun gang gaan en ze misschien slecht behandelen. Er is dan ook geen garantie dat werken met dieren ook maar iets kan verhelpen. Het gebeurt bijna niet in België en werken met dieren is ook niet gemakkelijk omdat niet alle dieren geschikt zijn en de nodige infrastructuur er niet is of men vindt geen goede locatie om zo iets te laten doorgaan. Er blijft ook altijd een verschil tussen mens en dier.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License