Mandy

Dieren, vrienden die luisteren

Referentie:

COLMAN C, ‘Hoe dieren een positieve invloed kunnen hebben binnen de opvoeding’ uit Dieren, vrienden die luisteren, Katho-Ipsoc, onuitgegeven eindwerk, Kortrijk, 2003-2004

Brochures
WYDOOGHE, B, Game on! We krijgen er niet genoeg van, Brochure, Katho-Ipsoc, Kortrijk, 2008

"Om het volledige document te raadplegen, klik hier."

Context:

Het artikel komt uit een eindwerk van een leerlinge Orthopedagogie aan de Katho hogeschool in Kortrijk aan de afdeling Ipsoc. Dit werk is een sociaal-agogisch werk en bevindt zich in de schoolbibliotheek van Ipsoc te Kortrijk.

De auteur:

De auteur zoals bovenstaand vermeld heet Colman Caren. Buiten het feit dat ze de opleiding orthopedagogie heeft gevolgd, is er over de auteur niets bekend. Deze auteur heeft verder niets meer geschreven dat gepubliceerd werd.

Structuur:

Er is een duidelijke structuur met titels en tussentitels die alle aangesneden hoofdstukken ordelijke organiseren. De aanwezige voetnoten zijn onderaan de pagina weergegeven wat – in mijn ogen – handig is.

Interessante bronnen:

Boeken:

Ter Horst W, Natuur en kind. Ideeën voor een groene opvoeding. Den Haag, Omniboek., 1978

Tijdschrfit:

Dudevsky S, ‘Dieren kunnen niet doen alsof’ uit Therapeutisch contact tussen mens en dier, tijdschrift over jeugd, 5(8), p 36-40, 2000

Eindwerk:

Oda I, ‘De vriendschap van een dier…’ uit De relatie tussen dementerende bejaarden en dieren, Katho-Ipsoc, onuitgegeven eindwerk, Kortrijk, 2001

Organisaties:

OOOC De Waai

Definities en moeilijke woorden:

  • Pathologie = Pathologie is de studie en diagnose van de ziekte via onderzoek van organen, weefsels, lichaamsvocht en de hele organen (Autopsy). De term omvat tevens de daarmee samenhangende wetenschappelijke studie van de ziekte van processen, de zogenaamde algemene pathologie.1
  • Cognitief = met betrekking tot het kennen, het waarnemen en het overdenken van de buitenwereld.^2

SYNTHESE: Dieren, vrienden die luisteren.

Het artikel begint met een korte voorstelling van het OOOC De Waai en De hinkstap, bijhorend wordt er ook nog vermeld elke dieren deze organisaties ooit gehad hebben. Verder worden nog de voordelen en nadelen van het werken met dieren behandeld en er volgt een korte uitleg van AAA en AAT. Ten slotte heb je dan nog de informatie over Ter Horst.

OOOC De Waai is een organisatie die een werking tracht op te zetten voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar (met hun gezin). Vaak zijn het relationele, emotionele of gedragsmoeilijkheden die aanleiding geven tot een POS (Problematische Opvoedingssituatie) of een MOF (Misdrijf Omschreven Feit) die dan weer een aanleiding geven tot een interventie. (De verwijzende instantie hier is dan het comité of de jeugdrechter.) De Waai heeft een opnameplicht maar er zijn wel grenzen aan die plicht. Soms kunnen ze jongeren weigeren en doorsturen naar een gespecialiseerde instantie. Voorbeelden hiervan zijn als een jongere een ernstig psychiatrisch gedrag vertoont, een ernstige verslaving heeft …

De Hinkstap is een van de twee leefgroepen van OOOC De Waai. Elke leefgroep bestaat uit maximum acht jongens. De auteur liep in deze leefgroep stage. In het doelgroepprofiel lezen we dat het allemaal jongens in ontwikkeling zijn die een aantal ontwikkelingstaken moeten realiseren in samenwerking en in dialoog met hun omgeving. Vaak wordt er opgemerkt dat de jongeren een laag zelfbeeld hebben, gebrek aan toekomstperspectief, gebrek aan sociale vaardigheden … Vaak zijn ze het gevolg van een complexe en problematische opvoedingssituatie.

Ze hebben er vogels en af en toe neemt een van de begeleiders zijn hond mee maar dit wordt niet veel gedaan omdat er veel problemen kunnen uitvloeien. Ook hebben ze ooit een Cocker Spaniel gehad, kippen, katten en vissen maar deze dieren zijn nooit erg lang gebleven. Maar zo is men uiteindelijk tot het idee gekomen dat men wel een dierenasiel kon gaan bezoeken om te gaan wandelen met de honden.

Er zijn bepaalde effecten gemerkt bij het werken met dieren die positief zijn maar eveneens zijn er effecten die nadelig zijn. We beginnen met de positieve effecten van het werken met dieren.

Op emotioneel vlak zien we positieve gevolgen. Het gaat immers om een relatie tussen evenwaardige partijen: iedereen geeft én ontvangt liefde. Zoals we weten is liefde een fundamentele behoefte. Maar de jongere kan ook zelf kiezen hoever hij hierin gaat en hoe dicht hij het dier tot zich toe laat. Ook verleent de observatie van de jongere en het dier informatie die ons tot een diagnose kan lijden voor bepaalde problemen. Het dier is ook niet zelfstandig genoeg om voor zichzelf te denken, in feite vraagt hij de jongere om in zijn plaats te denken. Het dier geeft altijd duidelijke reacties waardoor de jongere heel veel bijleert. Ook kunnen ze het dier veel vertellen, dit wordt gezien als een vorm van ventileren tegenover een neutraal iemand.

Op educatief en cognitief vlak is ook heel wat positiefs op te merken: de dieren blijken een uitstekend hulpmiddel om ervaringsgericht te gaan werken en de jongere krijgt er ook heel wat zintuiglijke ervaringen bij. (Dieren zijn zacht –we raken ze daarom graag aan- , zitten nooit stil – waadoor we er meestal graag naar kijken -, ze maken rare geluiden…) Dieren zijn dus een bron van informatie en stimuleren de ontwikkeling. Bovendien kan het bijdragen tot meer lichaamsbewustzijn.

Maar ook in de arbeidssituatie zien we positieve effecten. Men leert bij dieren verantwoordelijkheid en men kan er tevredenheid in vinden. De jongeren ervaren het werken meestal als een zinvol iets wat opnieuw de ontwikkeling van de persoon ten goede komt.

Er wordt gezegd dat dieren essentieel zijn in het leven van de mens. Ze brengen gezelligheid en kunnen voor een gevoel van veiligheid zorgen. Vaak geven ze het gevoel van thuis zijn. Zodoende staan de jongens meer open voor nieuwe situaties. Ze leggen gemakkelijker nieuwe contacten omdat het dier zorgt voor gesprekstof. Dus het komt ook de woon- en leefsituatie ten goede.

Maar alles wat een positieve kant heeft, heeft ook een negatieve kant. Hygiëne kan een probleem worden. Het is trouwens niet gemakkelijk om zomaar een dier te kiezen. Het soort en de plaats waar het gehouden zal worden, blijkt een probleemfactor.

Daarna springt me over naar een aanleunend onderwerp nl. Animal Assisted Therapy (AAT) en Animal Assisted Activities (AAA). Het zijn twee methodes die gebruikt worden om de levenskwaliteit van personen van alle leeftijden te verbeteren. Ze kun zowat in elke sector toegepast worden.

De AAA richt zich tot doelgerichte activiteiten. De dieren moeten vooral grondig getraind worden en gescreend. De activities kunnen worden geleid door vrijwilligers. De AAT is een doelgerichte interventie die onder leiding staat van een therapeut of een professioneel geschoolde hulpverlener. Het dier moet voldoen aan specifieke criteria en maakt deel uit van een behandelingsproces.

Tenslotte hebben we het nog even over Ter Horst. In een van zijn boeken schrijft hij neer dat de opvoedingssituatie van een jongere uit een aantal factoren bestaat die in evenwicht moeten zijn. Die factoren zijn het kind, de opvoeders, de omgeving van het kind en de werkelijkheid achter de omgeving. Ter Horst stelt enkele belangrijke vragen waaronder ‘Zijn er kinderen van allerlei slag?’, ‘Zijn er volwassenen van allerlei slag?’, ‘Is er cultuur?’, ‘Is God er?’, ‘Zijn er planten en dieren?’… In het artikel wordt er vooral toegespitst op de aanwezigheid van dieren. Men noemt het essentieel voor het kind.

zie Powerpointpresentation

?action=view&current=P1010137.jpg
Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License