Anasthasia

Eigentijdse Psychotherapie

(Virginia Binder)

Het boek legt de verschillende therapieën uit die kunnen worden toegepast op zowel jongeren als volwassenen en hoe de therapie precies in zijn werk gaat.

Gevoelstherapie : Transformatie in psychotherapie

Gevoelstherapie draait om het feit om mensen hun gevoelens te doorvoelen en vanuit hun gevoelens te kunnen leven. Dit heet transformatieve therapie omdat het zo fundamenteel is.
Iedereen heeft gevoelens en is dus niet zo heel speciaal.

Gevoelstherapie is transformationeel

Transformatie wordt gebruikt omdat iedereen tot op een zeker hoogte gek is. Iedereen leeft een leven die niet overeenstemt met wat men vanbinnen voelt. Die gevoelens heeft men moeten onderdrukken.
Door alles te moeten onderdrukken, zijn we op een bepaald punt vergeten dat we zo’n gevoelens hadden.
De tegenhanger die nodig is om transformatie te maken, is verstoordheid. Dat is een manier waarop onze geest overgaat van emotionele orde naar een samenvoeging van verkeerde gewaarwordingen.

Een voorbeeld van verstoord raken :
Kindje wil een snoepje en vraagt haar vader om een snoepje. Vader antwoord niet maar kindje blijft doorvragen wat voor een snoepje op de toonbank ligt. Vader geeft antwoord en het kindje vraagt wat dat snoepje dan precies is. Vader vraagt waar de moeder is en het kindje blijft doorvragen om een snoepje. Vader is verstoord en zegt ja.

Dit is een stap-voor-stap beschrijving over de manier waarop de relatie tussen een vader en zijn kind verstoord kan worden door simpele vragen.
De vader geeft in het begin niet om het kindje, maar uiteindelijk geeft hij toe.
Verstoord zijn is leven met minder expressie van een volledig gevoel. Dit is de normale waanzin van het leven van alledag.

Gevoelstherapeut

De therapeut moet gaan ordenen. Hij spoort gevoelens op, brengt ze in het middelpunt van de belangstelling van de patiënt en helpt de patiënt om die gevoelens te uiten.
Zo helpt hij om gemakkelijker met bepaalde gevoelens te kunnen omgaan.
Aan het einde van de sessie praat hij met de patiënt over zijn gevoelservaring. Hij laat de patiënt niet meer terug gaan naar de droomwereld waarin hij zat toen hij verstoord was.

Gevoelens gaan in een cyclus dat uit vijf verschillende fases bestaat:
1. Integratie : therapeut helpt de patiënt om zicht te uiten zodat gevoelens van vroeger aan de oppervlakte komen.
2. Neuralisering : Met de gevoelens komt de afkeer tegen die gevoelens ook boven. Die afkeer wordt ervaren als realiteit.
3. Afreageren : patiënt staat open voor expressie ondanks de afweer. De sensaties uit het verleden worden in overeenstemming gebracht.
4. Proactie : wanneer de patiënt de pijn van de vroegere verstoring heeft uitgedrukt, wordt hij geholpen om zicht te uiten waarbij hij het nieuwe verschil tussen verleden en heden voelt.
5. Integreren : patiënt neemt het nieuwe gevoelsniveau op in zijn leven.

In het begin moet de patiënt constant naar de therapie. Tijdens die therapie heeft hij individuele sessies, groepssessies en verschillende activiteiten die hij moet doen buiten de therapie die te maken hebben met zijn ‘genezingsproces’.
Na een aantal maanden veranderd die structuur en gaat de patiënt over naar groepstherapie eerder dan individuele therapie.

Co-Therapie

Niet enkel helpt de therapeut bij het genezingsproces, maar de patiënt zelf is ook zowat een therapeut. Anders kan er slecht een zwakke therapie gebeuren door het niet meewerken van de patiënt.
De gevoelstherapie gaat om gevoelens en geestelijke gezondheid.
Patiënten worden dus aangemoedigd om zichzelf en elkaar te helpen. De kwaliteit van de hulp neemt toe naarmate hun gevoelens dieper werden. En naarmate ze die beter konden integreren werden ze meer toegankelijk voor de hulp die ze van hun vrienden kregen.

Powerpoint ICT Gevoelstherapie

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License